De denkkap

De denkkap staat voor de gedachtewereld van de mens en hoort bij het lichaam, bij de stof. 

Wanneer een baby geboren wordt is hij geen ´onbeschreven blad´, maar neemt zijn wezen het stoffelijk bewustzijn dat het al in vorige existenties ontwikkeld heeft, weer met zich mee.

Alleen de denkkap is blanco.

Als een mens opgroeit wordt de denkkap geleidelijk gevuld met kennis, met regels en de normen en waarden van ouders…familie…school… godsdienst… van de maatschappij waarin hij leeft. Dit is de inhoud van de denkkap.


Een klein kind staat nog gemakkelijk in contact met zijn wezen en het zuiver denken, dat zijn voeding krijgt vanuit het wezen. Het volgt impulsen om bijvoorbeeld op ontdekking uit te gaan en zegt het gewoon als het iets lelijk vindt of een cadeau niet leuk, zonder rekening te houden met wat een ander hiervan zal vinden.

Maar iedereen ervaart al van jongs af aan wat er gebeurt als je je niet aan deze regels houdt.  Je krijgt straf, je bent niet lief meer, wordt misschien buitengesloten enz. En mensen willen aardig gevonden worden, erbij horen, zich geborgen weten in de familie, op school, in de kerk. Deze ervaringen vormen de bekleding van de denkkap.
De inhoud en de bekleding van de denkkap gaat steeds meer de kijk kleuren, het contact met het wezen en het zuiver denken neemt af en de versluiering breekt aan.

Dit is ook nodig om lessen te kunnen leren, om de ervaringen in het menszijn op te kunnen doen die het wezen nodig heeft. Want het denken gaat deze ervaringen inkleuren, waardoor er emoties ontstaan in een mens. Via deze emoties kan het wezen de les die hieraan verbonden is ervaren en leren.

Zo kom je steeds verder in je ontwikkeling en op een gegeven moment ontdek je dat er vraagtekens ontstaan bij de kijk die je geleerd hebt, voel je tegenzin…. reikt je wezen je aan dat dit niet meer bij je past….en ga je op ontdekkingsreis....

En langzaam kom je erachter dat de denkkap alleen maar mooi werkmateriaal is en dat je het vertrouwde en veilige los moet laten. Je wezen, dus je werkelijke IK moet de koers gaan bepalen, zodat het verder kan ontdekken en leren.

De versluiering

 

Als kind vermaakte ik me graag alleen.

Ik vond het heerlijk: niemand om me heen.

Zo bracht ik vele uren op de schommel door,

met alleen de ruisende wind in mijn oor:

 

Geen zorgen

over morgen,

over fout of goed

of over hoe het verder moet.

Oh wat was dat fijn,

zo zonder zorgen zijn.

lees verder.....