De Judaskus

 

Over de persoon van Judas worden vele verhalen verteld,

sommigen zien hem zelfs als opofferingsgezind, als een ware held.

Maar de prediking: 'er moest toch iemand de verrader zijn',

heeft niets van de symbolentaal begrepen en maakt de betekenis te klein.

Want als u kunt ziet dat Jezus voor de wezenskracht staat,

dan herkent u in Judas de denkkap, die zijn meester verraadt.

Hij levert hem uit aan de twijfel, aan de angst voor smaad en hoon,

dit is het grote Lijden gesymboliseerd door de doornenkroon.

 

Maar ondanks al deze angst, het zweet en de tranen,

zal het bewustzijn zich toch een weg naar buiten banen.

Want als het stoffelijke lichaam aan het kruis wordt geklonken,

is de beker niet voorbijgegaan maar tot op de bodem leeggedronken.

En in het aanroepen van de Vader: 'Waarom verlaat Gij mij?'

geeft het wezen zich over en komt het nieuwe bewustzijn vrij.

Wanneer alle trillingen in het witte licht zijn samengebracht,

is er alleen nog maar het Vertrouwen,

door de Vader te worden verwacht.

 

Maar de apostelen in de tuin van Gethsemane,

blijven achter, zij gaan niet in het lijden van Jezus mee.

Zij vertegenwoordigen hier de aspecten van het stoffelijke leven,

verraad, ontkenning en ongeloof zijn hierin een herkenbaar gegeven.

Jezus vindt bij hen geen steun, hun kijk is nog gekleurd,

zij hebben geen idee van wat er werkelijk gebeurt.

 

Zij vallen in slaap, het staat symbool voor het-niet-kunnen begrijpen,

voor het onderweg zijn en voor processen die nog moeten rijpen.

Maar het kan ook niet anders en zo zal het ook zijn,

de ene mens kan nu eenmaal niet delen in de ander zijn pijn.

 

Want zou het licht zich zonder de duisternis kunnen openbaren?

Zou een mens kunnen 'Weten' zonder zelf te ervaren?

 

Met dit te doorzien heeft het wezen alle oordelen afgelegd,

hij Weet dat gedrag alleen maar iets over het aanwezige bewustzijn zegt.

En in het loslaten van het twijfelende, stoffelijke denken,

ontvangt de Vader Zijn Zoon en zal hem genade schenken.

 

***