Mannelijk en Vrouwelijk

 

Beeld: Er zijn twee schoenen te zien.

Een is een bruine halfhoge schoen en deze ziet er nogal plomp uit, als een soort werkschoen die al jaren gedragen is.

Daarnaast staat een damesschoen, een roze pastelkleurige pump.

Die twee schoenen staan naast elkaar, maar er is een totale tegenstelling tussen die twee schoenen.

De grote werkschoen heeft veters met knopen erin, ook op plekken waar geen knopen horen te zitten, verder zie ik dat de lip van deze schoen er half uit hangt.

Het is een oude werkschoen, kaal en versleten, terwijl de andere schoen glanzend is.

 

De leraar vertelt: U weet als wij het hebben over schoenen, dan hebben wij het over standpunten.

U zag hier een herenschoen staan en een damespump.

Dat betekent de mannelijke en de vrouwelijke kant van de mens.

Juist de mannelijke kant wordt bij ons gesymboliseerd door een werkschoen, want iemand die sterk vanuit de mannelijke kant in het leven staat, is altijd bezig met werken, bezig met actie, bezig met wilskracht, dat is heel typerend voor deze herenwerkschoen.

U zag dat in de veters een aantal knopen zaten, ook op plekken waar die niet hoorden. Daarin kunt u ook duidelijk zien dat wanneer iemand helemaal vanuit die mannelijke kant in het leven staat, hij toch aardig wat blokkades opgeworpen heeft, veel situaties in zijn leven uit de weg gaat en daar ook heel duidelijke meningen over heeft.

De standpunten die hij vertegenwoordigt vinden wij ook bij u terug.

Daarnaast zag u dat er een vrouwelijke schoen stond, een roze glanzende pump.

Dit betekent dat als u luistert naar de vrouwelijke kant van uzelf, u in een soort mildheid en zachtheid terecht komt en dan heeft u niet zo'n uitgesproken mening meer.

U laat zich dan veel meer voortdrijven door hetgeen u ervaart via uw emoties of gevoelens.

Wanneer een mens in het leven staat vanuit zijn mens-zijn, dus alleen contact maakt met zijn menszijn, dan spreken we over de mannelijke en de vrouwelijke kant. En dat zijn de mogelijkheden die ieder mens heeft.

 

Wanneer wij zeggen: 'We gaan nu naar het wezen toe', dan vindt u daarin de mannelijke en de vrouwelijke component en is het juist andersom, want de kracht die de mannelijke werkschoen uitstraalt in het mens-zijn, vindt u in het wezen niet meer terug. Die heeft wel een plekje en mag ook wel mee doen, maar de vrouwelijke component neemt altijd het initiatief.

Die geeft signalen af van wat er moet gebeuren en dan mag de mannelijke component het in werking zetten, maar hij kan nooit op eigen houtje zomaar dingen gaan doen.

U kent wel die mannelijke en de vrouwelijke kant in uw eigen mens-zijn, maar u heeft nog geen kijk op de mannelijke en de vrouwelijke component van uw wezen.

In de ontwikkeling die de mens doormaakt op spiritueel gebied zien wij dat men nog zoekende is in de paranormale wereld en laat men zich vooral leiden door de menselijke vrouwelijke kant in zichzelf.

De mens werkt met intuïtie, gaat op zoek naar allerlei emoties in zichzelf en hij denkt dan te zien dat hij daarin contact maakt met zijn eigen wezen.

Maar zoals wij het zien is het duidelijk een gegeven dat hoort bij het mens-zijn en zien wij die vrouwelijke kant een vorm aannemen die helemaal niet prettig is.

Want iemand die met intuïtie schermt, en iedereen gebruikt dat wel eens op zijn tijd, horen wij regelmatig zeggen: 'Intuïtief weet ik het allemaal'. Maar wanneer u even stil staat bij het gebruik van intuïtie, dan komt u erachter dat het altijd te maken heeft met zaken die buiten u plaatsvinden, een mens zal daarin nooit iets over zichzelf ontdekken. Daarvoor is alleen het instinct in het mens-zijn belangrijk.

Intuïtie hoort bij de vrouwelijke kant van het mens-zijn en de mens is bezig om oorzaken buiten zich te zoeken, maar zijn werkelijke Ik blijft buitenspel staan.

De mens die zoekende is om verder te komen op het pad dat leidt naar het volbewustzijn toe, zal eerst door deze worsteling heen moeten.

Hij vindt in eerste instantie de intuïtie belangrijk en zo fijn om te ervaren dat hij daar ook helemaal geen afscheid van wil nemen, en zegt: 'Ja, maar als mijn intuïtie werkt, dan krijg ik een grotere kijk op alles wat is en vind ik mogelijkerwijs zo ook de poort van de hemel'.

Wij zeggen: 'Intuïtie houdt zich alleen maar bezig met zaken buiten uzelf en wil de mens de poort van de hemel een stukje openzetten, dan zal hij alleen maar met zichzelf bezig moeten zijn'.

Hij zal moeten weten wie hij is, zal moeten weten hoe zijn gedragingen zijn, zijn ideeën zijn en zijn standpunten zijn. Dit is een groot verschil, want de tegenhanger van de intuïtie in de menselijke kant is het instinct.

Instinct houdt zich bezig met uzelf en is zuiver, is rechtstreeks en daarin voelt u: dit is een onveilige situatie voor mij, dus ik ga me anders opstellen of ik ga ander gedrag vertonen. 

 

Wanneer een mens het onderscheid gaat leren maken tussen intuïtie en instinct, vraagt het tevens een keus van de mens: instinct mag bestaan, intuïtie gooi ik overboord, want ik heb er niets aan. Als een mens denkt met intuïtie heel ver te komen en zich bezighoudt met paranormale zaken, dan zijn heldervoelendheid, helderziendheid, helderhorendheid, enzovoort nog erg belangrijk.

Maar als een mens echt op zoek gaat naar een voller, groter bewustzijn, houdt die zich niet bezig met anderen, dan is er alleen maar: wie ben ik? Ik wil mezelf kennen, want daar moet ik het mee doen, ik moet kijken wat mijn wezen mij te vertellen heeft, want die weet tenslotte welke lessen ik heb.

En u zult gaan merken, als u het onderscheid leert maken tussen intuïtie en instinct, maar ook tussen de mannelijke en de vrouwelijke component van uw wezen, dat de mogelijkheden van u, ook de groeimomenten in u, veelvuldiger aan bod komen, veel groter zijn, veel meer bij u horen dan wat u nu ervaart in uw leven.

Want intuïtie, maar ook instinct, ziet u alleen maar in het mens-zijn, daarin heeft u geen contact met uw eigen wezen. Terwijl het wezen tenslotte naar deze planeet gekomen is vanuit de Wereld van de Wijsheid, waar alle ervaringen, alle voorgaande existenties in opgeslagen zijn.

Dan is het natuurlijk wel zaak, wil een mens een grotere kijk krijgen op 'Alles wat Is', dat hij in eerste instantie een grotere kijk op zijn eigen wezen krijgt. Die grotere kijk op het wezen wil tegelijkertijd zeggen dat u gaat ontdekken dat de mannelijke en de vrouwelijke component aanwezig zijn.

En juist daarin kan u onderscheid leren maken: wat is nu datgene wat mij doet volgen naar wat het wezen van mij wil, en hoe ga ik het omzetten in de stof? 

Deze twee zaken zullen elkaar altijd opvolgen, want eerst krijgt u een impuls en deze impuls is te vergelijken met die roze pump, in het niet zo erg op de voorgrond treden en de mannelijke component mag daarna in werking zetten wat de vrouwelijke component aangereikt heeft.

Dat is de juiste manier om met uzelf om te gaan, maar ook om uzelf goed te leren kennen.

Wanneer u zichzelf totaal kent, zowel van binnen als van buiten, dus zowel op wezensniveau als uw eigen mens-zijn, dan pas spreekt men over een volbewuste.

 

Het gaat er niet om te zien hoeveel gaven u ondertussen gekregen heeft van ons, want die krijgt u van ons niet. En als de mens dat gaat doorzien, blijft hij alleen over in al zijn naaktheid, in al zijn hebbelijkheden, in al zijn onhebbelijkheden, in alles wat menselijk is en gaat hij daarmee aan de slag.

Gaat hij kijken: ben ik dit zelf? Zijn het aangeleerde gedragingen? Zijn het aangeleerde standpunten? Hoe werkt het dan voor mij? En zit ook daar de intuïtie en het instinct in?

Het lijkt bijna alsof het een ratjetoe is en wij zien u denken: waar moet ik dan beginnen?

Het vraagt van u alleen dat u het onderscheid leert zien tussen de mannelijke kant en de mannelijke component, de vrouwelijke kant en de vrouwelijke component. Dan hebt u in kaart gebracht waar u zich naar dient te richten.

Het is de drang in u die zegt: 'Ik wil graag verder komen op mijn pad, ik wil graag een volbewuste worden', en volgt u de weg van het instinct en van de impulsen van het wezen, want die weet tenslotte wat u nodig heeft.

Niemand kan u vertellen: zo dient u zich te gaan gedragen en dat en dat zijn de waarheden.

Nee, ieder mens is uniek, dus wat voor de één waar is, hoeft voor de ander helemaal niet waar te zijn. Ook wij gaan geen waarheden verkondigen, want dan gaan wij boven u staan. Nee, wij gaan ervan uit dat iedereen onderweg is en iedereen uniek is, dus wat voor de één belangrijk is hoeft voor de ander niet belangrijk te zijn.

U kunt alleen maar voor uzelf kiezen of u verder op pad gaat.

En of de buurvrouw, buurman, vriend, vriendin, partner of wie dan ook hetzelfde pad gaat lopen, dat is helemaal aan hem of haar en heeft niets met u te maken.

Pas dan komt datgene naar boven toe wat werkelijk zuiver is en in een doorlopende stroom staat met uw eigen wezen. U voelt dan ook niet de behoefte om zich verantwoordelijk te voelen voor de ander, want dat zit er meestal aan vast als u kijkt of uw naaste ook dit pad wil lopen.

Vooral vrouwen hebben geleerd om zorgzaam en behoedend bezig te zijn, om verpleegstertje te spelen. Ieder van u kent de rol wel die een vrouw vrij gemakkelijk op zich neemt.

De man heeft een rol van: ik moet sterk zijn en ik moet zorgen dat mijn gezin het goed heeft. De man is veel meer naar buiten gericht en moet iedere dag de strijd aangaan met de regeltjes van de maatschappij, en dat is net zo'n zwaar werk als het verpleegstertje spelen van de vrouw, hoor! Alleen doet zij dat in haar eigen omgeving.

Dit laat ook zien dat juist de mannelijke en de vrouwelijke kant in u nog teveel aandacht van u vraagt.

En zonder iemand te kort te doen: beide rollen kunnen in één persoon verenigd zijn, want ieder mens kent de vrouwelijke en mannelijke kant en als u weet van de rollen aan zowel de mannelijke als de vrouwelijke kant, dan hoeft u alleen die rolletjes te doorzien en gaat u ontdekken wie u werkelijk bent.

Ook in uw eigen wezen kan er opeens een andere persoonlijkheid naar voren treden.

Wij weten dat het raar klinkt, want u dacht te weten wie u bent: in mijn karakter ben ik zus en mijn genetisch materiaal is zo, ik weet wat ik droom en ik weet hoe mijn leven eruitziet, welk beroep ik uitoefen en waar mijn talenten liggen.

Toch zien wij dat het wezen hier niet in mee doet. Als u het wezen de kans geeft om vol mee te gaan stromen, zou het heel goed kunnen gebeuren dat er opeens een heel ander mens opstaat.

Aan uiterlijkheden zal er niet zoveel veranderen, dan blijft u toch wel dat grijze muisje, of degene die vrij fors of slank gebouwd is…  maar in stijl, in persoonlijkheid kunnen grote veranderingen optreden.

Uw eigen wezen heeft een duidelijke manier van werken, daarbij kunt u alleen maar zeggen: 'Het was erg leuk om mijzelf als mens te zien, maar ik ben maar een heel klein deeltje van wat werkelijk in mij aanwezig is'.

En op het moment dat u zover bent dat het leven geleefd is en het lichaam aflegt, dan blijft alleen het wezen over en komt u erachter: het wezen is al eeuwen en eeuwen oud en daar zit zo onnoemelijk veel in en ik dacht dat mijn mens-zijn zo belangrijk was.

Nee hoor! Op het moment dat u het loodje legt, vergaat dat lichaam en zegt dat lichaam u helemaal niets meer, ook uw denken is dan niet meer aanwezig, want die denkkap hoort bij uw lichaam.

U bent ook alle standpunten kwijt en blijft alleen dat wezen over met al zijn mogelijkheden, met al zijn ervaringen.

Nu kunt u zeggen: 'Nou, dan wacht ik totdat ik zover ben en overlijdt, dan kom ik er wel achter', maar waarom zou u zo lang wachten als u de mogelijkheid heeft om in dit leven, in uw mens-zijn, dit te gaan ervaren? Want daardoor krijgt u ook een heel andere kijk op het leven, krijgt u een heel andere kijk op de maatschappij, op uw eigen mens-zijn, maar ook op de andere mensen.

***