Onderdelen van de kabouternatuur

 

De werkkracht

 

Symbool: het paard.

Wanneer een mens besluit om de vrouwelijke component te volgen vindt hij daarin de werkkracht om in de buitenwereld die dingen tot stand te brengen die zijn wezen, via zijn kabouter, hem heeft aangereikt.

De mens heeft de werkkracht meegekregen om met zijn lessen aan de slag te gaan en deze werkkracht komt overeen met de zwaarte van de lessen.

Het betekent dat u gebruik moet maken van deze werkkracht om op uw weg voort te gaan.

U mag deze werkkracht dan ook niet gebruiken voor uw naasten.

Zij hebben hun eigen werkkracht.

In deze maatschappij is rekening houden met… bijna een heilige wet, maar dan kruipt u in het wij-gevoel van de oranje trilling.

U bent uniek en u weet niet welke lessen de ander heeft.

Dus wil een mens bij zijn eigen werkkracht komen dan zal hij uit dat wij-gevoel moeten en dat kan alleen maar via het verticale denken.

In de verticale lijn bestaat een doorlopende verbinding met uw kabouter en van daaruit met uw wezen. Door deze verbinding wordt de werkkracht ook steeds weer aangevuld.

In de horizontale lijn van het denken maakt de mens gebruik van zijn wilskracht.

De wilskracht, verbonden met de denkkap en het lichaam, is eindig.

Het betekent dat de mens steeds opnieuw een rustpauze dient in te lassen om zijn lichamelijke energie weer op peil te brengen.

 

Het wezen kiest een plek uit waar zijn lichaam geboren wordt, omdat het weet dat de lading van deze plek een extra dimensie geeft aan zijn lessen.

U kunt zich voorstellen dat iedere streek op deze planeet zijn eigen behoeften heeft, ook zijn eigen spelregels vraagt.

Van de mens die in een woestijn woont worden andere kwaliteiten gevraagd dan van iemand die op de noordpool woont.

Van de mens die geboren wordt in een oorlogsgebied worden andere kwaliteiten gevraagd, dan van iemand die geboren wordt in een land waar vrede is.

En ook voor de gekozen plek met zijn lading is de werkkracht noodzakelijk.

***