Jonas in de walvis

 

Soms wordt de mens in zijn taak tot uitspraken genoopt,

die hem angst aanjagen en waar hij met een bocht omheen loopt.

Het weten dat het hanteren van dit vlijmscherpe zwaard,

mensen kan kwetsen, is iets dat hem grote zorgen baart.

En door gedachten, die altijd voor consequenties zijn beducht,

raakt de mens in de war en slaat hij op de vlucht.

 

Beelden uit vorige existenties kunnen grote schrik aanjagen

en de mens vreest dit nogmaals te moeten verdragen.

Maar aan de ervaringen uit het ei moet de juiste plek worden gegeven,

zij spelen immers geen rol meer in dit huidige leven.

 

Jonas krijgt tot drie maal toe te horen: “Waarschuw de stad!”

Maar hij vindt deze opdracht te moeilijk en wijkt af van zijn pad.

“ Er kan toch vast wel een ander worden gezocht,

iemand die veel beter gekwalificeerd is voor deze tocht? “

 

De denkkap, voor wie de grote samenhangen zijn verborgen,

vindt het te veel gevraagd en zegt: “ deze post wil ik niet bezorgen!”

Hij speelt zijn rol als advocaat van de duivel en voelt zich sterk,

maar zo stapt Jonas in de tegenstelling en verlaat hij de kerk.

Deze laatste is het symbool voor de plaats van geestelijke overdracht,

die alleen geopenbaard kan worden via de wezenskracht.

 

Te weinig vertrouwen en twijfel aan eigen kwaliteit,

doen Jonas belanden in de buik van de vis, in een schijnveiligheid.

Want de taak om als boodschapper naar buiten te treden,

kent vele processen die niet kunnen worden vermeden.

En alleen wanneer de mens zich diep naar binnen keert,

ontmoet hij de les die in deze, nog moet worden geleerd.

 

Als hij het aandurft om zich mee te laten stromen,

zal elk nog onbewust deel, op zijn eigen tijd, aan de orde komen.

Dan wordt er opnieuw een laag van de ‘ ui ‘ gepeld

en in dit rijpingsproces is het contact met de Zilveren zee hersteld.

 

Na drie dagen, het symbool van het geestelijke getal,

wordt Jonas door de walvis uitgespuugd en zet weer vaste voet aan wal.

Aarzelend gaat hij verder, zijn nieuwe taak vangt aan,

maar diep in hem groeit het Vertrouwen niet alleen te hoeven gaan.

 

Zo wordt zonder verwijt, zonder oordeel, in volkomen neutraliteit,

de samenwerking met de Wereld van de Wijsheid steeds verder uitgebreid.

 

***