De versluiering

 

Als kind vermaakte ik me graag alleen.

Ik vond het heerlijk: niemand om me heen.

Zo bracht ik vele uren op de schommel door,

met alleen de ruisende wind in mijn oor:

 

Geen zorgen

over morgen,

over fout of goed

of over hoe het verder moet.

Oh wat was dat fijn,

zo zonder zorgen zijn.

 

In die eindeloze uren,

zag ik in de wolken prachtige figuren

en als ik heel goed luisterde,

hoorde ik de wind die fluisterde:

 

Geen zorgen

over morgen,

over fout of goed

of over hoe het verder moet.

Is het niet fijn

om zo zonder zorgen zijn?

De wind zong verhalen over verre planeten,

over ruimte en tijd en sterren die waren vergeten.

Toen werd het tijd om naar school te gaan,

alles werd anders en de versluiering brak aan.

 

Maar deze sluier bracht zorgen,

over de dag van morgen,

over wat fout is of goed,

over hoe het allemaal verder moet.

En ik vond het helemaal niet fijn

om zo gesluierd te zijn.

 

Want met het verstrijken van de tijd,

raakte ik de fluisterstem kwijt.

Er was zoveel lawaai in mijn hoofd,

dat ik ook een tijdlang heb geloofd:

 

Dat zo zonder zorgen,

over de dag van morgen,

luisterend naar de verhalen in de wind,

alleen maar het privilege is van een kind.

Dat je als volwassene goed of fout moet kennen,

en je dagen van te voren vol moet plannen.

 

Maar ik voelde me zo alleen en miste de fluistering,

vond het leven op deze manier een ontluistering.

En was in mijn dromen steeds op zoek naar de schat,

die ik op de schommel nog tot m’n beschikking had.

 

Maar om bij dat kind terug te komen,

moest ik eerst mijn fantasie weer laten stromen.

En ik ging weer schommelen om te luisteren

of ik de wind nog kon horen fluisteren:

 

Maak je geen zorgen,

over morgen

luister naar je droom

en durf te leven in de stroom.

Want als je niet weet hoe het morgen zal gaan,

zal het leven je nog versteld doen staan!

 

Leeft niet in ieder mens,

een groot verlangen en de wens

om weer te worden als het kind

dat nog tijd om te dromen vindt?

 

***