De dood

Ik kan doodgaan alleen maar uitleggen als het glijden uit de mantel.

Uw eigen wezen blijft bestaan en het neemt de trillingen van uw eigen stoffelijk bewustzijn, de aura mee als een soort omslagdoek.

Dus voor de mens die overlijdt, vindt er alleen een verschuiving plaats, maar hij zal het niet herkennen als doodgaan.

U kunt zich ook niet voorbereiden op het doodgaan.

Het enige dat een mens voor zichzelf kan doen, is contact maken met wie hij werkelijk is.

Wetende dat zijn wezen thuishoort in de Wereld van de Wijsheid en dus weer terug naar huis gaat.

 

In het kleine ik-besef ziet de mens de dood als iets dat onherroepelijk is, maar het is alleen maar onherroepelijk voor de mantel.

Er vindt namelijk een verschuiving plaats in de beleving, in het kijken.

Stel, u bent in een kamer; op het moment dat u afscheid neemt van het lichaam, ziet u in die kamer opeens allerlei kleuren, ziet u opeens allerlei trillingen die u voorheen als mens niet kon zien, want de perceptie, de hele manier van waarneming is veranderd.

Daarbij wordt er een groot gevoel van vrijheid ervaren.

Zolang een mens zich identificeert met zijn lichaam, ook denkt dat hij het lichaam is, ervaart hij het nog niet als knellend, maar wanneer een mens zich bewust wordt van zijn eigen wezen, ervaart hij dat het lichaam hem belemmert in zijn mogelijkheden.

***