De drie lagen van de denkkap

 

De denkkap bestaat uit:

Het normendenken: Dit zijn de waarden, normen en regels van de maatschappij.

Het persoonsdenken: Hier zijn alle ervaringen vanuit dit leven opgeslagen.

Het zuiver-denken: Dit is verbonden met het wezen.

De eerste laag: Het normendenken
Magda: Ik zie het hoofd van een mens waar de huid vanaf is gestroopt en waar zich in en rond de hersenen een denkkap bevindt die verbonden is met het zenuwgestel. De Leraar maakt het open en ik zie de vulling van deze denkkap.

De Leraar: De vulling van de denkkap kunt u zien als de verzamelplaats van alle regels, wetten, normen en waarden die zijn aangeleerd vanuit de opvoeding, vanuit het gezin, het milieu, de school, de kerkgemeenschap, de buurt en de maatschappij.

De tweede laag: Het persoonsdenken
Magda: Nu vouwt de leraar de denkkap weer dicht en laat hij de bekleding van de denkkap zien. In de bekleding van de denkkap zitten alle ervaringen die de mens heeft opgedaan in zijn leven, en dan vooral de ervaringen die te maken hebben met de vulling van de denkkap. Het gaat bij de bekleding dus om de uitwerking die deze regels hebben in iemands leven.

De Leraar: Om u een voorbeeld te geven: een regel die iemand als kind in een bepaalde cultuur, vanuit godsdienstige normen heeft meegekregen kan zijn; ‘een mens mag 's zondags niet werken’. Die regel is onderdeel van de inhoud, de vulling van deze denkkap. En iedere keer wanneer hij op zondag plannen maakt om iets te doen, krijgt hij een soort waarschuwend stemmetje in zijn hoofd van: ‘pas op, mag dit wel?’ Dat is de reactie, de uitwerking op deze regel.
Zolang hij niet doorzien heeft dat het geen regels van hemzelf zijn, maar dat het aangeleerde regels zijn, zullen die regels steeds aan zijn deur kloppen.
Dus deze regels vanuit de vulling van de denkkap, hebben een verbinding met de bekleding van de denkkap.

Want een volwassene, die als kind al vroeg geleerd heeft dat er iemand boos op hem wordt als hij tegen deze regel in gaat, voelt wanneer hij op zondag iets wil gaan doen, onrust in zichzelf, want die regel zit nog in zijn denkkap. En die regel zegt, ‘dit mag eigenlijk niet’ en tegelijk gaat er een prikkel naar de bekleding toe die zegt: ‘niet doen, straks worden de mensen boos op mij’ of ‘God ziet mij niet meer staan.’
Dus de reacties, de straffen of de beloningen die de mens ervaren heeft in het wel of niet volgen van de regels en normen, zitten aan dit onderdeel van de denkkap vast.

 

Dan is er nog een derde laag: Het zuiver-denken
Magda: Ik zie in het onderste puntje, onder de inhoud van de denkkap een witte lege ruimte. De Leraar noemt dit ‘het zuiver-denken’.

De Leraar: Dit denken wordt alleen maar gevoed door impulsen vanuit het wezen.
En wanneer een mens een impuls voelt, een prikkel voelt, dan zet deze prikkel zich door naar de vulling van de denkkap en naar de bekleding van de denkkap.
Hierbij heeft de mens de keus of hij naar de impuls luistert vanuit zijn eigen ZIJN - en dan hebben we het over de trouw aan zichzelf, de trouw van binnen naar buiten -, of dat hij luistert naar de normen van de vulling en de ervaringen in de bekleding van de denkkap en trouw blijft aan de ander. Dit noemen wij de trouw van buiten naar binnen.

 

Het zuiver denken heeft contact met uw eigen wezen, waardoor er opeens een boodschap naar boven kan schieten vanuit uw wezen en u ineens denkt ’volgens mij heb ik het nu te pakken’. Een inzicht of een soort oplossing voor een probleem waar u nu mee zit en daarin heeft het zuiver-denken heel duidelijk een functie.

Wij vertelden al dat deze impulsen naar de denkkap toegaan en dat de mens de impulsen bekijkt vanuit de vulling van de denkkap waarin alle regels zitten. En dan komt hij erachter dat de impuls soms haaks staat op de regels die hij geleerd heeft.
En op dat moment kan hij de keus maken om deze impuls te volgen en deze door te laten naar de bekleding van de denkkap, óf hij kiest voor de regels en dan schuift hij de impuls terzijde en luistert er niet naar.
Een voorbeeld: Wanneer u van binnenuit voelt dat u een ‘nee’ wilt verkopen aan iemand, omdat u bijvoorbeeld iets niet wilt of er geen zin in heeft. U heeft dat vroeger misschien ook weleens gedaan, maar dan kreeg u een draai om uw oren en die ervaring, die herinnering zit in de bekleding van de denkkap.
Maar op het moment dat u zegt: ’ik wil luisteren naar mijn impuls’ en u gaat door die normenlaag heen, dan komt u bij de persoonlijke laag uit, de ervaringen in dit leven.

En dan kan de mens op een gegeven moment alsnog zeggen ‘maar als ik dat doe, dan krijg ik straks straf’ of ‘dan vinden de mensen me niet meer aardig’.

Maar ook dan heeft de mens weer de keus; ‘blijf ik trouw aan mijn eigen impuls en trouw aan mijn eigen wezen of blijf ik trouw aan de maatschappij?’

Dat is ook de strijd die de mens in de blauwe trilling heel vaak in zichzelf tegenkomt. En omdat de strijd in de blauwe trilling nog zo groot is, worden de impulsen meestal onderdrukt.  
Maar wil een mens verder op zijn pad van bewustwording dan zal hij zijn eigen impulsen dienen te volgen, ongeacht wat de buitenwereld daarvan vindt.
En ieder van u kent wel de impulsen van binnenuit, waarin u soms voelt dat u iets moet doen of nalaten.

***