Afhankelijkheden

 

Wanneer wij kijken naar de verslavingen, maar wij noemen het geen verslavingen, doch afhankelijkheden, dan zien wij dat daar nogal veel uitingen van zijn, en dat dit om een grotere uitleg vraagt.

De maatschappij ziet een verslaving als een niet-geaccepteerd behoeftepatroon, waardoor verslaafde mensen meestal buiten de maatschappij worden geplaatst en men het idee heeft dat dit mensen zijn die zich aan de zelfkant van de samenleving ophouden.

Een afhankelijkheid wil zeggen dat de mens het gevoel heeft het leven niet aan te kunnen als er ergens niet aan is voldaan.

Maar we willen hier even een onderscheid in maken, want we zien dat de afhankelijkheden in drie sporen zijn onder te verdelen.

1. Afhankelijkheid kan ontstaan vanuit een nieuwsgierigheid.

2. Afhankelijkheid komt voort vanuit het genetisch materiaal.

3. Afhankelijkheid kan ontstaan vanuit onrust.

Deze drie sporen zullen wij onder de loep nemen en hopelijk wordt uw kijk daardoor wat genuanceerder, dan wat u nu als vaststaand aanneemt.

 

Mensen hanteren etiketjes als: alcoholverslaving, tabakverslaving, eetverslaving en verslavingen in medicijn- of drugsgebruik.

Als wij kijken naar afhankelijkheden, dan kunnen deze echter op velerlei manieren voorkomen en vult iedereen het anders in. Maar het ligt aan het normenpatroon van de mens of hij dit ook als zodanig ziet, want veelal zijn de verschillende vormen ingepast in het dagelijks leven, zijn ze geaccepteerd en worden ze zelfs gezien als deugd.

Wanneer u kijkt vanuit de stelling: er moet ergens aan voldaan worden, anders kan de mens het leven niet aan, dan ziet u dat veel vrije tijdsbesteding ook onder de afhankelijkheden vallen en kunnen sport beoefenen, muziek beluisteren en zelfs kerkbezoek afhankelijkheden zijn.

Deze vormen van afhankelijkheid komen vaak overeen met oude ervaringen in de mens en met de mogelijkheden die een mens op dat moment in zijn leven al heeft, waardoor hij steeds voor een bepaalde uiting kiest, die hem even een kort moment van verlichting brengt.

De verlichting die een mens op dat moment ervaart, wil zeggen dat hij zijn gedachten op een ander spoor heeft kunnen zetten, waardoor hij de onrust even niet voelt.

Wij hebben het nu alleen over het derde spoor, over de mens die deze afhankelijkheden vanuit de overleving gebruikt en dus niet vanuit het genetisch materiaal of vanuit nieuwsgierigheid.

 

Op het derde spoor is de prikkel: op zoek gaan naar een manier van overleven om de onrust niet te voelen die voort komt uit emotionele ladingen, zoals bijvoorbeeld verdriet, woede, gekwetstheid, jaloezie, zich zorgen maken over de dag van morgen enzovoort.

Deze emoties roepen bij de mens die daar gevoelig voor is, onrust op, doch de mens wil deze onrust niet ervaren en hij grijpt naar mogelijkheden om die onder controle te houden.

En in plaats van dat hij kijkt naar deze onrust, want dit zegt iets over de lessen die zijn wezen heeft meegenomen naar dit leven, laat hij deze onrust bestaan en zoekt hij naar een middel om te overleven.

Deze middelen zijn zeer divers en kunnen zich in heel veel vormen voordoen.

Want een mens die, zodra hij zijn ogen opent de radio aanzet, zegt daarmee: 'Ik kan niet buiten geluiden om mij heen' en raakt daar net zo afhankelijk van als iemand die 's morgens denkt: ik moet even een glaasje, anders kan ik de dag niet beginnen, of de mens die zegt: 'Ik moet naar de kerk, anders begint mijn dag niet goed'.

Dit is even een kleine greep uit de vele mogelijkheden, maar u begrijpt al dat wij bij deze kleine opsomming willen laten zien dat het eerste voorbeeld een geaccepteerde vorm is, de tweede een niet-geaccepteerde vorm is en de derde vorm zelfs een deugd wordt genoemd.

Veelal is de mens zich daar niet van bewust en blijft het een geheel van ervaringen waarin hij verstrikt raakt. Toch zal ieder mens een vorm uitkiezen waarvan hij denkt dat die bij hem past. Daar ligt meestal een oude ervaring aan ten grondslag, die in zijn wezen al vanuit vorige existenties is meegenomen. De mens voelt dat het iets vertrouwds is.

Hij valt daarmee terug op iets ouds in hem: dit ken ik, dit heeft mij al heel ver gebracht en zal mij ook door dit leven heenleiden.

 

Bij bepaalde vormen van afhankelijkheid kan er een decorumverlies optreden.

De principes, de normen vervlakken door deze afhankelijkheden en de mens probeert juist in zijn denken steeds opnieuw excuses te vinden om toch maar op dit spoor te blijven. Hij zal het middel in steeds grotere hoeveelheden moeten toedienen, omdat anders de onrust niet meer onder controle te houden is.

Maar wanneer een mens verstrikt raakt in deze afhankelijkheden en alleen nog maar gericht is op overleven, dan gaat hij zich daaraan aanpassen en die aanpassing, zoals het decorumverlies, geeft tegelijkertijd ook aan dat hij zijn normen, zijn principes, zijn basis vanuit zijn menszijn langzaamaan loslaat omdat hij de toediening van welke middelen dan ook belangrijker vindt dan wat hij in zijn leven geleerd heeft.

Toch heeft de mens daarin steeds een vrije keus, alhoewel hij ervan uitgaat dat hij die vrije keus niet meer heeft, doordat hij afhankelijk is geworden van bepaalde middelen. Maar waar de mens eigenlijk bang voor is, is dat hij onrustig wordt en dus zoekt hij de verlichting of de verandering in allerlei soorten middelen.

 

Op het tweede spoor zien we de mens die het genetische materiaal voor bepaalde vormen van afhankelijkheid in zich draagt.

Even als voorbeeld: wanneer in vorige generaties al tabak als middel werd gebruikt, dan heeft de voorouder-inprenting het lichaam, het genetische materiaal al zo gevormd, dat ook de huidige mens dit middel moet blijven toedienen.

Wij spreken dan niet meer over een verslaving of afhankelijkheid, maar over een genetische inprenting die hoort bij het lichaam, en wij accepteren deze vorm als een impuls van het lichaam dat vraagt om deze invulling.

Wij weten dat de maatschappij juist deze vorm ziet als verslaving, terwijl onze zienswijze alleen maar aangeeft dat wij verder kijken dan alleen de mens die eenzijdig op dit stukje aarde, in dit tijdscontinuüm, aanwezig is. Voor deze persoon is er geen sprake van een verslaving. Juist het genetische materiaal dat uit overlevering is meegenomen, laat al zien dat de mens daarin niet de vrijheid heeft om daarvan los te komen.

Voor deze mens is het dezelfde behoefte als die aan eten en drinken.

Ook het tweede spoor heeft een aantal vormen van afhankelijkheid, maar dat zijn andere vormen dan de vormen die wij in het derde spoor besproken hebben, want het genetische materiaal zegt niet dat u naar de kerk moet, zegt niet dat u de radio aan moet zetten, terwijl dat in het derde spoor, bij de onderdrukking van de onrust, wel nodig is.

 

Het eerste spoor laat de nieuwsgierigheid zien.

Want vooral jonge mensen die hun ogen goed de kost geven in de maatschappij zien dat deze maatschappij zeer kleurrijk is in zijn mogelijkheden en dat er een hoeveelheid aan prikkels wordt toegediend, ook al zoekt hij die niet op.

U hoeft alleen maar in een etalage te kijken, u hoeft alleen maar naar de televisie te kijken. En vooral jonge mensen die worstelen met de vragen: wie ben ik, wat is mijn plek en hoe sta ik in het leven? worden overprikkeld door de goederen in deze maatschappij. Wij zien dan ook dat alcohol, roken en verdovende middelen door jongeren gezien worden als luxeartikelen. Dat er later mogelijk een afhankelijkheid ontstaat, laat alleen maar zien dat hier meer speelt dan alleen nieuwsgierigheid en dat een mens daardoor langzaam kan afglijden naar het tweede of derde spoor.

Maar wanneer alleen de nieuwsgierigheid geprikkeld wordt, vooral in de periode van de puberteit, en daarbij ook nog eens de prikkels van de groep worden ervaren, dan kunt u zich voorstellen dat veel jongeren toch mee willen doen en gaan experimenteren met de mogelijkheden.

Want als u kijkt naar de uitgaansgelegenheden, die de jongeren uitnodigen om samen te zijn en waarbij zij al van te- voren beginnen in te drinken, hasj of xtc-tabletjes nemen om in een roes te komen, dan gaat hun interesse niet uit naar het onderdrukken van de onrust, maar willen zij alles peuren uit zo'n moment van uitgaan.

Wij zien dan ook dat veel jongeren na die experimentele periode weer overgaan tot de orde van de dag en dat daar verder ook geen grote nadruk op gelegd behoeft te worden.

Alleen wanneer het genetische materiaal al aanwezig is of wanneer er een hele grote onrust is doordat emotionele ladingen sterk aan de deur kloppen, dan kan de mens vanuit de puberteit langzaamaan afglijden naar spoor drie.

Daarom begonnen wij met spoor drie zodat het duidelijker wordt waarom deze mens op dit spoor experimenteert en mogelijkerwijs daar later aan vast blijft zitten.

 

Vanuit de Wereld van de Wijsheid gezien, kunnen wij geen van de vormen op deze drie sporen zien als een zondeval, als een vorm van kwaadwillendheid, van macht.

Want wanneer u zich een klein beetje verdiept in mensen die daar afhankelijk van zijn, dan zijn het vaak mensen die in het eerste spoor nog onzeker zijn over zichzelf, in het tweede spoor de behoefte voelen vanuit het genetische materiaal en in het derde spoor het gevoel hebben dat het leven hen boven het hoofd groeit, waardoor ze naar bepaalde middelen grijpen.

Dus hoe kunnen wij dan de norm hanteren: dit is zonde en hoort bij het kwaad?

 

Terwijl wij zien dat veel mensen die vroeger zelf stiekem geëxperimenteerd hebben of die in achterkamertjes bezig zijn met seksuele gevoelens, want dat kan net zo verslavend zijn, hun waarschuwend vingertje opsteken en demoniserend bezig zijn, denkend in de plaats van God te staan en zeggen: 'Dat is een zonde en je komt zeker in de hel'.

Mogelijkerwijs weet u al dat wat u de hel noemt bij ons niets anders is dan de verschillende lagen in grovere trillingen en dat ook de entiteiten die in deze lagen bivakkeren, onderdeel zijn van de Wereld van de Wijsheid.

Wij willen iedereen helpen om verder op zijn of haar pad te komen, en staan niet klaar met afwijzing en verwerping.

Wij zien wel dat de mens op het derde spoor zelfs na zijn overlijden nog afhankelijk kan zijn, omdat die mens zich zijn hele leven al aan het verstoppen is voor zijn eigen onrust.

En zoals u weet: een mens die overlijdt neemt de trillingen van zijn stoffelijke bewustzijn mee als omslagdoek en vindt in deze omslagdoek de onrust terug, waardoor hij ook aan onze kant steeds op zoek gaat naar een vorm van verdoving. De overledene van het tweede spoor heeft daar geen last meer van, het lichaam blijft achter en het gene-tische materiaal speelt geen rol meer.

Ook de overledene van het eerste spoor heeft daar geen last van, die heeft zijn nieuwsgierigheid kunnen bevredigen, omdat het bij de onzekerheid van de puberteit hoorde.

 

U ziet dus dat de maatschappij met totaal andere ogen kijkt, dan hetgeen wij u vanuit de Wereld van de Wijsheid laten zien.

Wanneer mensen in de maatschappij gestraft worden voor hun uitspattingen of voor hun afhankelijkheden, wordt juist daardoor de straf en de zwaarte van de afhankelijkheden alleen maar groter, want de van bovenaf opgelegde regels kunnen nooit die uitwerking hebben dat de mensen van hun afhankelijkheden afkomen.

En ook al kunnen er vanuit de regering regels opgesteld worden waardoor mensen sneller geholpen worden door ziekenhuizen als zij gezond in het leven staan of waarin horecagelegenheden vrij van tabaksrook worden gemaakt, dan nog zeggen wij: 'Dit is vechten tegen de bierkaai'.

Het zal nooit de uitwerking hebben dat mensen braaf in het gareel gaan lopen en gezond gaan leven, want een verandering in levenswijze kan alleen vanuit de mens zelf komen.

Wij willen u laten zien dat al die regeltjes alleen vanuit denkkappen, vanuit normen ontstaan zijn,  maar vooral en dat mag niemand van u vergeten, ontstaan zijn vanuit de christelijke grondbeginselen in deze cultuur om mensen te behoeden voor het hellevuur.

 

Ieder van u kent in het leven momenten waarin er mogelijkheden zijn om middelen tot u te nemen, waardoor u zich even prettig, zeker of verdoofd voelt.

En dat geeft niet, het kan een mogelijke prikkel zijn tot zelfbewustzijn.

Wij vinden daarom dat onze kijk menigmaal beter is dan die van de regering en van de maatschappij.

En wij hopen dat voldoende mensen dit onder ogen krijgen, waardoor er een mentaliteitsverandering tot stand gebracht kan worden.

***